Antroposofie voor beginners – De zintuigen

Leef bewust en ontwikkel je zintuigenJe hoort iets, je voelt iets, iets raakt je. Ja, dat zijn onze zintuigen die hard aan het werk zijn! Heel de dag nemen wij waar met onze zintuigen en ze zeggen ons veel over ons zelf en over de wereld om ons heen. Wie bewust in het leven wil staan, is ook bewust bezig met de zintuigen. Hoog tijd om de zintuigen eens nader te bekijken!

De zintuigen zijn de organen die in staat zijn prikkels op te nemen. De klassieke zintuigen maken ons in staat te horen, proeven, zien, ruiken en te voelen. Het voelen is een interessante omdat het onderverdeeld wordt in tastzin, thermoceptie (warmte en koud) en nociceptie (pijn).

Vanuit de antroposofie wordt op een intensieve manier naar de zintuigen gekeken. Rudolf Steiner onderscheidde wel 12 zintuigen die onder te verdelen zijn in 3 groepen. Wil je weten wat een zintuig precies inhoudt, klik dan op het plusje en lees een korte beschrijving van dat zintuig en leer een paar bijbehorende oefeningen kennen.

De lichamelijke zintuigen voor het waarnemen van het eigen lichaam (wilszintuigen):

1. Tastzin
Aanraking is een vorm van emotionele communicatie.

Je tastzin is het zintuig waarmee je waarneemt waar jouw fysieke grens is en iets anders begint. De zintuigen van de tastzin liggen overal in de huid. Op sommige plekken heb je meer zintuigjes en ben je gevoeliger (vingers, tong, voorhoofd), op andere plekken is de afstand groter tussen de zintuigjes en voel je minder (rug, voetzool). Als iets je huid aanraakt, voel je je eigen buitengrens, het zegt nog niets over datgene wat jou aanraakt. Door de tastzin vloei je niet grenzeloos over in het andere, maar heb je een grens; een lichamelijk zelfbewustzijn.

Tastzin en kinderen:

Vanaf de geboorte is de tastzin aan het werk. De handen die het kind aanraken, de koude, droge lucht om het kind heen en het eerste lichaamscontact met de ouders geven het kind de eerste ervaringen van het eigen lijf. Veel knuffelen, liefdevolle aanrakingen, inbakeren en goed passende kleding leren kinderen te ervaren wat hun fysieke grens is en geven het kind een veilig gevoel in hun eigen lichamelijke huis. Kinderen die een goed ontwikkelde tastzin hebben, hebben een beter lichaamsbewustzijn en zijn beter in staat tegenover anderen hun grenzen aan te geven.

Oefeningen:

1. Laat iemand onder een doek allemaal voorwerpen leggen. Probeer nu de voorwerpen omstebeurt af te tasten en beschrijf wat je voelt.

2. Een goede, zachte massage, helpt om jezelf weer eens helemaal te voelen.

2. Levenszin
Je levenszin helpt je goed te leren luisteren naar je lichaam.

Je levenszin kan je voorstellen als je inwendige gevoelszintuig. Daar waar je met de tastzin je buitengrenzen voelt, voel je met de levenszin alles wat in die grens leeft. Je voelt met dit zintuig of je genoeg gegeten hebt, of je naar de wc moet, of dat je ergens pijn hebt. Het waarnemen met de levenszin wordt pas bewust als iets mis is. Je levenszin zou je dus het zintuig van je lichamelijke welzijn kunnen noemen.

Levenszin en kinderen:

Een baby spreekt met de levenszin. Als het buikpijn heeft, als het honger heeft, als het moe is, als er iets mis is, dan zal de baby luid en duidelijk van zich laten horen. Het is belangrijk dat wij als ouders goed luisteren naar wat de kinderen ons willen zeggen, zodat zij zich gehoord en begrepen voelen.
Soms moeten we onze kinderen helpen om naar hun levenszin te leren luisteren. Is een kind moe, dan moeten we het helpen naar bed te gaan. Wil het kind teveel taartjes eten, moeten we het kind beschermen dat het geen buikpijn krijgt. Een goed ontwikkelde levenszin leert een kind naar zichzelf te luisteren en dat schept vertrouwen.

Oefeningen:

1. Probeer eens met je ogen dicht de vulling van je lijf te voelen. Is alles in orde of is er disbalans? Moet je naar de wc, heb je hoofdpijn, voel je je buik knorren, kan je goed ademhalen. Dit voelen van je lichaam doe je met je levenszin.

2. Kijk eens naar de vitaliteit van de ander. Zou je door het observeren van een ander iets kunnen zeggen over zijn/haar innerlijke vitaliteit?

3. Bewegingszin
Jij bent de kapitein op jouw eigen schip!

Je bewegingszin is het zintuig wat de bewegingen en de stand van je lichaam en ledematen waarneemt. Zelfs de kleinste beweging wordt door de bewegingszin waargenomen. Door de bewegingszin weet je zonder er over na te denken bijvoorbeeld altijd waar je handen zijn, zodat je ze niet eerst moet zoeken voordat je er iets mee wil doen. De bewegingszin heb je ook nodig als je met je tastzin iets wil aftasten.

Bewegingszin en kinderen:

Kinderen en bewegen dat hoort bij elkaar. Kinderen moeten zelfs veel bewegen want alleen zo ontwikkelen ze goede controle over hun lichaam. De bewegings- en leerdrang kan je zo mooi zien bij bijvoorbeeld een baby die probeert te tijgeren. Steeds, elke dag weer oefent het kind. Eerst vliegt het nog met de armpjes opzij, dan beweegt het kind zich achteruit en op een dag kan het het! Met een stralende lach beheerst het kind de eigen bewegingen en komt het vooruit!

Oefeningen:

1. Doe je ogen dicht en laat iemand anders je armen, handen en vingers in een bepaalde stand zetten. Beschrijf nu waar je armen, handen en vingers zijn en waar spieren zich spannen of ontspannen.

2. Leer een instrument te bespelen 🙂

4. Evenwichtszin
Het anker in jezelf.

Je evenwichtig heb je nodig om rechtop te kunnen staat en je te kunnen oriënteren in de ruimte. Voor je evenwicht heb je niet alleen je gewichtsorgaan dat zich in de oren bevindt nodig, je ogen zijn net zo belangrijk. Als in een ruimte alles scheef is, raakt ook je evenwicht verstoord en heb je geen oriëntatie meer (wie Villa Volta in de Efteling kent, weet wat ik bedoel).

Evenwichtszin en kinderen:

Het evenwichtsorgaan ontwikkelt zich vanaf de geboorte. Een baby kan nog niet zeeziek worden. Pas als een goed gevoel voor links – recht, boven – onder en voor – achter ontwikkeld is kan het staan en lopen. Een goed ontwikkeld evenwichtsorgaan draagt bij aan een goed zelfbewustzijn en vrijheid.

Oefeningen:

1. Probeer eens een keer met en een keer zonder blinddoek om op 1 been te staan en voel hoezeer je ogen helpen bij het gevoel van evenwicht.

De gevoelszintuigen voor het waarnemen van de omgeving:

5. Reukzin
Geuren neem je waar via de neus. Mensen kunnen een hele hoop verschillende geuren onderscheiden, die we direct classificeren in bijvoorbeeld lekker of niet lekker. Naast de standaard geuren, kunnen we ook iemands gemoedstoestand (angst) onbewust ruiken. Geuren zijn sterk verbonden met herinneringen.
In vergelijking met dieren is ons menselijke reukvermogen erg onderontwikkeld. Doordat mensen niet zo goed kunnen ruiken, oordelen we minder instinctief dan bijvoorbeeld een hond dat doet.

Oefening: Ga naar een plek in de natuur of ga naar de keuken en ruik aan verschillende dingen. Onderzoek of je geuren ook zonder oordeel kan ruiken. 

6. Smaakzin
Je smaakzintuig zit op je tong en achterin je mondholte. Met de smaakzin proef je de dingen die in je mond komen. Je smaak- en je reukzin werken veel samen. Zonder de geur zou je alleen zoet, zuur, zout, bitter en umami proeven (vetsmaak wordt tegenwoordig als 6de smaak genoemd). Elke smaak heeft een apart plekje op de tong. Kinderen hebben nog een zeer gevoelige smaakzin en verdragen behalve zoet vaak niet goed de andere smaken.

Door de geurzin hebben we secundaire smaken, die ervoor zorgen dat we een veel rijker smakenpakket hebben.

Oefeningen: Doe je ogen dicht en laat iemand je verschillende smaken proeven. Beschrijf wat je waar proeft. Wat is het verschil als je dezelfde dingen proeft met je neus dicht?

7. Zien
De ogen zijn de enige zintuigen die we ook werkelijk kunnen waarnemen. De ogen als zintuig kunnen alleen kleuren en de hoeveelheid licht waarnemen. Door de inmenging van bewegingszin en evenwichtszin, zien we ook vormen, verhoudingen en bewegingen.
Behalve het enkel waarnemen van iets, wekt het zien van kleuren ook een bepaalde stemming op. Rood is bijvoorbeeld een levendige, krachtige kleur, geel maakt vrolijk en groen werkt rustgevend. Uit onderzoek is gebleken dat het gebruik van kleuren effect heeft op de gezondheid.

Oefeningen: Hier ene paar leuke oogtestjes.

8. Temperatuurzin
De temperatuurzin geeft je de mogelijkheid om de temperatuur van je omgeving of een voorwerp waar te nemen. De temperatuurzin en de tastzin zitten op de hele huid. Maar waar de tastzin alleen een plaatselijke aanraking voelt, is de temperatuurzin afhankelijk van je eigen temperatuur en aan hoe groot de oppervlakte is die in contact komt met de warmte of kou. Een teen in het water geeft je brein nauwelijks informatie over minimale verschillen in temperatuur, terwijl een heel lichaam in het water wel degelijk voelt of het 0,5 graden warmer of kouder is.
Waargenomen temperatuur raakt je niet alleen op de huid, maar het doordringt de huid ook. Het staat in direct verband met je eigen temperatuur en welbehagen, dus wat je aan warmte of kou voelt, is een relatieve temperatuur. Kou laat stilstaan, warmte zet in beweging. Een fysiek-, maar ook psychisch gevoel van warmte zijn een eerste levensbehoefte.

Oefeningen:

1. Vul een bad met water dat een beetje aan de koude kant is. Ga in het bad zitten en laat nu warm water uit de kraan erbij lopen. Voel wat het met je doet als het warme water om je heen komt.

2. Vul 2 bakken met water waarvan de ene bak gevuld is met ietsje kouder water. Steek eerst alleen een vingertop in de ene bak en daarna in de andere bak. Voel je verschil? Steek nu de hele vinger in het water. Merk je nu verschil? Steek steeds meer van je lichaam in het water en ervaar wanneer de gevoelde verschillen steeds groter worden.

Geestelijke zintuigen voor het waarnemen van de niet fysieke wereld:

De zintuigen in deze categorie zijn bijzonder omdat ze gericht zijn op menselijke eigenschappen: de taal, de gedachten en de individualiteit van de ander.

9. Gehoorszin
Met onze oren nemen we verschillende soorten geluiden waar. We horen geluiden in onszelf, we horen dagelijkse geluiden zoals het tikken van de regen en de wind die ruist door de bomen. We horen ook muziek wat uit verschillende klanken bestaat en we horen mensen die spreken. We horen de geluidssterkte, de toonhoogte, de ‘kleur’ of stemming van dat wat we horen en de afstand tot het geluid. Doordat onze oren aan de zijkant van ons hoofd zitten, kunnen we geluiden rondom ons waarnemen.

Werkelijk luisteren is een sociale activiteit, je moet er zelf even voor stil zijn en je focus verleggen op het andere. Je ogen kunnen daarbij helpen om je gehoorsaandacht te richten. Als je naar een orkest luistert en je wil de trombone horen, dan helpt het om ook naar de trombone te kijken.

Oefeningen:

1. Luister als je in de avond in bed ligt naar de geluiden die je kan waarnemen. Luister naar wat je in jezelf hoort, luister wat dichtbij te horen is en probeer steeds verder van je vandaan te luister.

2. Ga eens in een heel drukke omgeving zitten of staan en probeer ongefilterd waar te nemen als een baby. Probeer niets met de geluiden te doen, alleen maar te luisteren.  

10. Spraakzin
Met de spraakzin neem je gesproken taal waar. Waar het oor de akoestische klanken hoort, neemt de spraakzin ook de gedachten, de oordelen, de ervaringen van de andere persoon achter de woorden waar. In het ritme, in de intonatie, in de klankkleur hoor je meer dan alleen de inhoud van gesproken woorden. Met de spraakzin luister je achter de woorden en neem je dus een stuk van het innerlijk van de ander waar.

Oefeningen: 

1.Probeer eens na een gesprek met iemand na te gaan wat deze persoon je nog meer heeft gezegd dan de woorden die hij heeft uitgesproken. Zat er achter de woorden een stemming, een mening of een overtuiging?

11. Denkzin
De denkzin geeft je de mogelijkheid om de innerlijke gedachtenwereld van de ander waar te nemen door dat we begrijpen wat gezegd wordt. Woorden alleen zeggen nog niets, pas als er begrip of inleving bijkomt kan je de woorden in samenhang begrijpen. Met de denkzin volg je dus iemands gedachtengang.
Het verschil tussen de denkzin en de spraakzin is het duidelijkst als je luistert naar iemand die spreekt in een vreemde taal.  Als je de inhoud niet kan begrijpen, kan je door de spraakzin wel degelijk de klankkleur waarnemen. De denkzin is pas van toepassing als je de inhoud moet volgen. De begrippen die gebruikt worden zijn daarmee het waarnemingsorgaan voor dit zintuig. Door te beschikken over de juiste begrippen, begrijp je de woorden en dat wat de ander bedoelt met wat hij zegt.

Met het scholen van de denkzin, school je je eigen geestelijke ontwikkeling en verbreed je je horizon.

Oefeningen:

1. Probeer eens met iemand in gesprek te gaan over een onderwerp dat nog ver je pet te boven gaat. Laat de persoon je gaandeweg steeds meer begrippen uitleggen, zodat jij uiteindelijk in staat bent het thema compleet te begrijpen. Op dit moment heb je jouw denkzin geschoold.

2. Vertel kinderen beeldrijke verhalen en lees boeken voor met een rijke beeldentaal. Mooie woorden, veel verschillende woorden, woorden die een goede omschrijving geven van een situatie stimuleren een rijke ontwikkeling van de denkzin.

Kinderen die opgroeien met een tweede taal hebben door hun rijke woordenkennis al een flink stapje voor met de ontwikkeling van dit zintuig.

12. Ik-zin
De ik-zin is het zintuig dat zich richt op de individualiteit van een ander. Het is een moeilijk zintuig, juist in deze, erg op onszelf gerichte tijd. Want om je echt in de persoonlijkheid van de ander te kunnen verplaatsen, moet je jezelf aan de kant zetten en compleet loskomen. Los van wie jij bent met je eigen gewoontes en emoties en los van de gewoontes en emoties van de ander. Om iemand goed te leren kennen is het nodig dat je een stukje van de ander in jou toe laat. En dát is helemaal niet zo eenvoudig.
Als je verliefd bent is het makkelijker, je kan je zelfs zo verliezen in een ander dat je een klein beetje de ander wordt. Er is altijd een moment van antipathie nodig om weer op afstand en in jezelf te komen.

De individualiteit van een ander is het beste waar te nemen in de ogen van de ander. In het alledaagse contact is het daarom ook niet mogelijk en niet wenselijk om iemand te lang aan te kijken. Aankijken betekent het verdiepen in de ander, met het wegkijken kom je weer terug bij je zelf. Ook met het handenschudden voel je even de persoonlijkheid van een ander. Tussen de ogen of de handen ontstaat een intensieve ontmoeting van twee individuen.

Naast de blik in de ogen en de handdruk kan je iemands persoonlijkheid leren kennen in de lichaamshouding, de lichaamsbewegingen, in de stem en in de persoonlijke gedachtengangen.

Oefeningen:

1. Kijk iemand lang aan in de ogen. Zie jij werkelijk de ander en wanneer wordt het ongemakkelijk?

2. Let eens op een verjaardagsfeestje, werkmeeting, familiedag extra op hoe mensen op jou overkomen door middel van hun handdruk, hun lichaamshouding en de stem.

Zintuigen zijn in samenhang met onze gezondheid heel boeiend. Wanneer we namelijk in staat zijn intensief waar te nemen voelen we ons levenskrachtiger. Als we gezond zijn en blaken van levenskracht, zijn we ook beter in staat genuanceerder waar te nemen. Met die wetenschap is het van belang onze zintuigen te gebruiken en te scholen. Leven met dat bewustzijn doet onze levenskwaliteit toenemen.

 

Meer lezen?

Antroposofie voor beginners - Les 1
De 30 meest gestelde vragen over het vrijeschoolonderwijs

Geplaatst in Elke dag een mamadag, Vrije School en Antroposofie en getagd met , , , , , , , , , , , , , , .

Eén reactie

  1. Pingback: Geweldloze communicatie | Everyday Mommyday

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *