Johannestijd is zomertijd

Springen over het vuur met Sint JanOp 24 juni begint de Sint Janstijd en in de komende twee weken zal op vrijescholen in binnen- en buitenland dit feest gevierd worden.
Het is een zomers feest waarop wij versiert met een bloemenkrans en vrolijke kleren aan naar school gaan. Daar wordt gezongen, we spelen spelletje en er wordt om een vuur gedanst. Als afsluiting mag iedereen die dat durft over het vuur springen.

Maar wat is Sint Jan eigenlijk?

‘Johannesfeest is zomerfeest, doet boeien het leven en al!’

Solstitium

Op 24 juni is het Johannesfeest, ook wel Sint Jan of midzomerfeest genoemd. Het is het feest waar stilgestaan wordt bij de zonnewende (solstitium) en de geboortedag van Johannes de Doper. Voor de komst van de, nu gebruikelijke Gregoriaanse kalender was er de Juliaanse kalender, midzomer viel toen nog op 24 juni. Hoewel het zomersolstitium in de Gregoriaanse kalender opnieuw is vastgesteld op 21 juni, vieren veel mensen het zomerfeest nog altijd op 24 juni in verbinding met de Rooms Katholieke herdenkingsdag van Sint Jan.

Sint Jan was van oorsprong een groot feest, waarbij mensen Sint Janskruid rooiden en de kracht ervan inzette om zich te beschermen tegen kwade invloeden. Er werden grote Sint Jansvuren gestookt, die de kwade geesten moesten weg jagen. Men geloofde dat als je over het vuur springt, je een jaar van ongeluk en ziekten verschoond blijft.

Johannes de Doper

Dansen met Midzomer

Johannes de Doper werd een half jaar eerder dan Christus geboren op 24 juni. Hij doopte Jezus op 30 jarige leeftijd, waarbij Jezus zijn doopnaam Christus ontving. Johannis doopte ook de volgelingen van Christus om tot Christen en maande de mensen tot inkeer. Johannes zei dat een mens niet slechts kan bloeien en groeien, er moet een moment van inkeer en bezinning komen.

Het Sint Jansfeest staat precies tegenover kerstmis. Daar waar we bij het kerstfeest naar binnen gekeerd zijn en het licht geboren wordt, zien we bij het Sint Jansfeest de tegenovergestelde beweging. We gaan naar buiten, we zingen en dansen en alles is versiert met bloemen. Het is het hoogtepunt in de natuur waarop alles uitbundig bloeit en leeft en wij mensen buiten genieten van de lange, lichte dagen. Vanaf nu neemt het licht weer af en keert de mens weer langzaam naar binnen.

Fijn Sint Jansfeest!

Zingen met Sint Jan

Onder dit artikel kan je komende week een paar linkjes naar YouTube vinden. Ik zal a capella Sint Janliedjes inzingen zodat je bij interesse mee kan zingen en ze zo kan leren. Hou de website in de gaten of abonneer je op mijn YouTube kanaal om een melding te krijgen.

Bij Waldorf Inspiration vind je nog meer inspiratie voor de jaarfeesten. Kijk op Facebook, Instagram, YouTube of Pinterest.

Sint Jan op de jaartafel

In het midden van de zomertijd is 't naamdag van Sint JanMet Sint Jan viert met de bloeiende natuur. Mooi passend daarbij zijn groentinten of vrolijke zomerse kleuren. Bloemenkinderen passen mooi op de jaartafel evenals een mooie bos (veld) bloemen, vlinders en een bijenkorf met bijen.

Een witte lelie en een rode roos passen ook uitstekend op de jaartafel in de Sint Janstijd. Waarom?

Johannes de Doper maant tot inkeer, hij moedigde de mensen aan om het oude los te laten en een innerlijk andere houding aan te nemen. Ook in de natuur zie je dezelfde beweging. De dagen worden vanaf nu korter en we bereiden ons weer voor op het donker worden tot het weer kerstmis is. De beweging van het uitbundige, lichte buitenleven, naar het los laten en weer naar binnen gaan, is geen eenvoudige weg. Symbool voor deze weg staan de roos en de lelie. De witte lelie is daarbij het zuivere begin en de rode roos symboliseert de, soms doornige ontwikkelingsweg.

Wil je alles weten over een jaartafel, kijk hier.
Voor andere jaarfeesten klik hier.

Verhalen bij het Sint Jansfeest

Mooie verhalen vind je in het boek 'Laat mij het levenswater zoeken' van Ineke Verschuren.

Het sprookje van 'De zes zwanen' van de gebroeders Grimm is een mooi sprookje voor deze tijd van het jaar en is geschikt voor kinderen vanaf een jaar of 7.

Een koning moet trouwen met een heksendochter. Zij verandert zijn kinderen in zwanen. Om de betovering weer te kunnen verbreken moet de dochter van de koning 6 jaar niet spreken en elk jaar een hemdje van stro maken.

Lees hier De zes zwanen

De zes zwanen

Een koning jaagde eens in een heel groot bos en zette een hert met zoveel drift na, dat geen van de jagers hem bij kon houden. Toen de avond viel, hield hij zijn paard in, keek om zich heen en zag dat hij verdwaald was. Hij zocht een uitweg, maar kon er geen vinden. Opeens kwam er een oude vrouw aan met een wiebelhoofd, die op hem afkwam; maar dat was een heks.

“Vrouwtje,” zei de koning, “kun je me de weg niet wijzen?”

“Ja zeker, heer koning,” zei ze, “dat kan ik best. Maar op één voorwaarde. Vervult u die voorwaarde niet, dan komt u het bos nooit meer uit – en moet u van honger sterven.”

“Wat is dat dan voor een voorwaarde?” vroeg de koning.

“Ik heb een dochter,” zei het oude mens, “en ze is zo mooi, er is geen mooier meisje op de wereld, en ze verdient het, uw vrouw te worden; als u haar tot koningin maakt, dan wijs ik u de weg uit het bos.”

In zijn angst stemde de koning daarmee in en het oudje bracht hem naar haar huisje, waar haar dochter bij het vuur zat. Ze ontving de koning alsof ze hem al verwacht had, hij zag wel dat ze mooi was, maar helemaal beviel ze hem niet, en hij kon haar zonder een gevoel van afgrijzen niet aankijken. Maar hij hief het meisje voor zich op het paard, de oude vrouw wees hem de weg, en de koning bereikte het koninklijk slot weer, waar de bruiloft werd gevierd.

Nu was de koning al eens getrouwd geweest, en bij zijn eerste vrouw had hij zeven kinderen, zes jongens en een meisje. Die waren hem het liefst van alles op de wereld. Maar hij was bang dat de stiefmoeder hen niet goed zou behandelen, of hen zelfs kwaad kon doen; daarom bracht hij hen naar een eenzaam slot, dat midden in een bos stond. Het lag zo verscholen, en de weg erheen was zo moeilijk te vinden, dat hij er zelf nooit gekomen zou zijn, als niet een wijze vrouw hem een kluwen garen gegeven had van wonderlijke kracht. Als je die vóór je uit gooide, liep hij vanzelf uit en wees de weg.

Nu ging de koning zo dikwijls naar zijn zeven kinderen toe dat de koningin argwaan kreeg, ze wilde weten wat hij altijd zo alleen in dat bos deed. Zo gaf ze aan een lakei een massa geld en die verried haar ’t geheim en vertelde ook van die kluwen die alleen vooruit rolde en de weg wees. Nu had ze geen rust, tot ze uitgevonden had, waar de koning die kluwen bewaarde. Ze maakte toen kleine, witzijden hemdjes, en omdat ze van haar moeder heksenkunsten had geleerd, naaide ze er toverkracht in. En op een keer dat de koning weer op jacht was, nam zij de hemdjes en de kluwen en ging naar het bos, en de kluwen wees haar de weg. De kinderen zagen uit de verte iemand aankomen; ze dachten dat het hun vader was – en juichend holden ze hem tegemoet. Ze wierp elk van hen een hemdje om en toen dat hen aanraakte, veranderden ze in zwanen en vlogen over de bomen weg. De koningin ging opgewekt naar huis en dacht, dat ze nu van die stiefkinderen af was; maar het meisje was niet met de broers naar buiten gekomen, en ze had niets van haar gemerkt. De volgende dag kwam de koning weer op bezoek bij zijn kinderen, maar hij vond alleen het dochtertje.

“Waar zijn de jongens?” vroeg de koning.

“Och vaderlief,” antwoordde ze, “die zijn weg en ze hebben mij alleen gelaten,” en ze vertelde hem, dat ze uit haar kamertje gezien had, hoe haar broers als zwanen over de bomen waren weggevlogen. En ze liet hem de veren zien, die ze in de tuin hadden laten vallen en die ze had opgeraapt. De koning werd heel bedroefd, maar hij kwam niet op de gedachte, dat de koningin die misdaad zou hebben begaan; integendeel, hij was bang dat zijn dochtertje ook nog geroofd zou worden en hij wilde haar mee naar huis nemen. Maar ’t meisje was bij voorbaat al bang voor de stiefmoeder, en smeekte de koning om tenminste deze nacht nog op het slot in het bos te mogen blijven.

Het arme meisje dacht bij zichzelf: “Blijven doe ik zeker niet. Ik wil de broers gaan zoeken.” En toen het nacht werd, vluchtte ze, en liep zacht het bos in. Ze liep de hele nacht door, en de dag daarop ook, al maar voort, tot ze van vermoeienis niet verder kon. Toen zag ze een jachthut; ze ging erin en vond een kamer met zes kleine bedjes. Ze durfde er niet in gaan liggen, maar ze kroop onder één van de bedjes, op de harde grond, en daar wou ze de nacht doorbrengen. Maar kort voor zonsopgang hoorde ze een geruis en kijk, zes zwanen kwamen het venster binnengevlogen. Ze gingen op de grond staan, ze bliezen naar elkaar en bliezen zichzelf alle veren af, en hun zwanenhuid stroopte af als een hemd. Nu keek het meisje hen aan en ze herkende hen, het waren haar broers en ze kroop onder ’t bed uit. De broers waren hartelijk blij, toen ze hun zusje zagen – maar hun vreugde duurde maar kort.

“Hier kan je niet blijven,” zeiden ze tegen haar, “want dit is een rovershol. Komen ze thuis en vinden ze je, dan vermoorden ze je.”

“Kunnen jullie me dan niet beschermen?” vroeg het zusje.

“Nee,” zeiden ze, “want we kunnen elke avond maar een kwartier onze zwanengestalte afleggen en dan hebben we mensengedaante, maar meteen worden we weer in zwanen veranderd.” Het zusje begon te schreien en zei: “Maar kunnen jullie dan niet verlost worden?”

“Och nee,” zeiden ze, “dat is veel te moeilijk. Je zou zes jaar lang niet mogen spreken en niet lachen, en je zou in die tijd zes hemden voor ons moeten naaien van asters. Komt er ook maar één enkel woord uit je mond, dan is alles vergeefs geweest.” En nauwelijks hadden de broers die woorden geuit, of het kwartier was om, en ze vlogen als zwanen weer het venster uit.

Maar het meisje had haar besluit genomen. Zij wilde haar broers verlossen, al ging het om haar leven. Ze verliet de jachthut, ging ’t bos weer in, ging in een boom zitten en bracht daar de nacht door. De volgende morgen ging ze asters zoeken en begon ze te naaien. Praten kon ze toch met niemand, en lachen viel haar niet eens in; ze zat maar en keek naar haar werk. Toen ze daar al een poos zo had geleefd, kwam de koning van ’t land er jagen; zijn jagers kwamen bij de boom waar het meisje in zat. Ze riepen haar toe en zeiden: “Wie ben je?” Ze gaf geen antwoord. “Kom bij ons,” zeiden ze, “we zullen je niets doen, hoor.” Maar ze schudde ’t hoofd. Toen ze haar steeds maar met vragen lastig vielen, gooide ze haar gouden ketting naar beneden om hen tevreden te stellen. Nog gingen ze niet weg. Toen liet ze haar gordel vallen; en toen dat geen uitwerking had, haar kousenbanden; en zo het een na het ander, alles wat ze aan had en missen kon. Tenslotte hield ze niets meer aan dan haar hemd. Nog lieten de jagers haar niet met rust, maar ze klommen de boom in, haalden haar naar beneden en brachten haar naar de koning.

De koning vroeg: “Wie bent u? Wat deed u daar in die boom?” Maar ze gaf geen antwoord. Hij vroeg het in andere talen die hij kende, maar zij bleef zo stom als een vis. Maar ze was zo mooi. Het hart van de koning werd bewogen; en hij vatte een grote liefde voor haar op. Hij sloeg zijn eigen mantel om haar heen, zette haar voor zich op het paard, en bracht haar op zijn kasteel. Daar liet hij haar kleden met rijke gewaden; ze straalde nu zo lieflijk als de morgen, maar er was geen woord uit haar te krijgen. Aan tafel liet hij haar naast zich zitten; haar bescheiden en zedige houding maakte zo’n indruk op hem, dat hij zei: “Deze zal ik trouwen, en geen ander op de hele wereld.” En enige dagen later werd het huwelijk voltrokken.

De koning had evenwel een boze moeder. Zij was het niet met dit huwelijk eens, en sprak kwaad van de jonge koningin. “Wie weet waar die meid die niet spreken kan vandaan komt; zij is een koning niet waardig.” Toen de koningin na een jaar haar eerste kind ter wereld bracht, nam de oude vrouw het weg terwijl zij sliep en bestreek haar mond met bloed. Daarop ging zij naar de koning en klaagde de koningin aan, dat zij een menseneetster was. De koning wilde het niet geloven en stond niet toe dat men haar enig leed berokkende. De koningin zat echter voortdurend aan de hemden te naaien en schonk aan niets anders aandacht. Toen zij de volgende keer weer een gezonde jongen ter wereld bracht, pleegde de valse schoonmoeder hetzelfde bedrog, maar de koning kon er niet toe komen enig geloof aan haar woorden te hechten. Hij sprak: “Zij is te vroom en te goed om zoiets te kunnen doen; als zij niet stom was en zij kon zich verdedigen, dan zou haar onschuld aan het licht komen.” Maar toen de oude voor de derde maal het pasgeboren kind roofde en de koningin aanklaagde die geen woord tot haar verdediging uitbracht, kon de koning niet anders doen dan zij aan het gerecht overleveren, dat haar veroordeelde tot de vuurdood.

Toen de dag aanbrak dat het vonnis zou worden voltrokken, was tevens de laatste dag van de zes jaren voorbij, gedurende welke zij niet had mogen spreken of lachen en zij had dus haar geliefde broers uit de macht van de betovering bevrijd. De zes hemden waren gereed, alleen aan het laatste ontbrak nog de linkermouw. Toen zij nu naar de brandstapel gevoerd werd, legde zij de hemden over haar arm en toen zij er bovenop stond en men op het punt stond het vuur aan te steken, keek zij om zich heen: daar kwamen door de lucht zes zwanen aanvliegen. Zij zag dat haar verlossing nabij was en haar hart sprong op van vreugde.

De zwanen ruisten naar haar toe en daalden neer, zodat zij de hemden over hen heen kon werpen en toen zij daardoor werden aangeraakt, vielen hun zwanenhuiden af en haar broers stonden in levenden lijve voor haar en waren jongen schoon; alleen de jongste miste zijn linkerarm en had in plaats daarvan een zwanenvleugel op zijn rug. Zij omhelsden en kusten elkaar en de koningin ging naar de koning, die geheel onthutst was, en zij begon te spreken en zei: “Liefste echtgenoot, nu mag ik spreken en je onthullen dat ik onschuldig ben en valselijk aangeklaagd,” en zij vertelde hem van het bedrog van de oude vrouw die haar drie kinderen had weggenomen en verborgen. Toen werden zij tot grote vreugde van de koning te voorschijn gebracht en de boze schoonmoeder werd voor straf op de brandstapel vastgebonden en tot as verbrand. Maar de koning en de koningin met haar zes broers leefden nog vele jaren in vrede en geluk.

Het sprookje van 'De trouwe Johannes' van de gebroeders Grimm past ook goed bij Sint Jan. Het verhaal is voor grotere basisschoolkinderen geschikt en vertelt over een koning die verliefd wordt op een prinses. Hij ontvoert haar, maar hoort dat het huwelijk onheil zal brengen, maar ook hoe hij dat kan voorkomen. Lees hier De trouwe Johannes.

Zo maak je een Sint Jansbloemenkrans

Sint Jan die komt eran!

In het midden van de zomermaand

Ontwaak, ontwaak de morgen breekt aan

Hoor je ’t zingen van het vuur

Johannes! Johannes! Dansen wij blij

Robinson, voer al in een luchtballon

Geplaatst in De jaarfeesten, Elke dag een mamadag en getagd met , , , , , , , , , , .

Eén reactie

  1. Pingback: Jaarfeestenoverzicht (voor de vrijeschool) | Everyday Mommyday

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *