Moederschap in ontwikkeling

Moedercoach SusannahGraag stel ik jullie voor aan Susannah. Susannah en ik hebben elkaar als collega juffen leren kennen op de vrije school in Den Haag. We hebben daar prettig samengewerkt en met het verstrijken van de tijd ontdekt dat we meer gemeenschappelijk hebben dan de liefde voor de ontwikkeling van kinderen. We knutselden graag samen en delen interesses op het gebied van opvoeding, antroposofie, schrijven en ondernemerschap. Susannah is zoals je dat mooi noemt, een soulmate .

Zoals het leven nu eenmaal is, ging ieder zijn eigen pad. Susannah vertrok naar Amsterdam en ik verhuisde naar het buitenland. Ik heb Susannah nooit uit het oog verloren. Nieuwsgierig voor haar levensweg, begaan met gelukkige en noodlottige momenten in haar leven. Opvallend en bewonderenswaardig heb ik altijd haar kracht en haar openhartigheid gevonden waarmee ze projecten en het leven in het algemeen aangaat. Susannah is een sterkte, ondernemende vrouw, een uitstekende pedagoog en een kordate, bewuste en liefdevolle moeder.

Lees hier een handvol van, naar mijn mening fijne artikelen van Susannah.

Moedercoach Susannah

Moederschap in ontwikkeling SusannahSusannah is getrouwd met Mark en is moeder van 4 kinderen. Ze werkte jarenlang als juf op de vrijeschool en is inmiddels vooral als gastouder aan het werk.
Sinds een aantal jaar is Susannah ook moedercoach en helpt (wordende) ouders graag op weg bij hun ontwikkeling en persoonlijke worstelingen rondom het ouderschap.

Lees hier Susannah haar eigen verhaal

Ik ben Susannah (1981), zeer gelukkig getrouwd met Mark. Samen hebben we drie zoons en een dochter: Arend (2010), Emile (2013), Olaf (2016) en Iduna (2018). Ik moet je meteen vertellen dat Arend maar 5 jaar mocht worden en vier dagen voor de geboorte van Olaf plotseling stierf aan een hartaanval.  Wonder boven wonder hebben wij als gezin die klap heel goed kunnen opvangen. De geboorte van Olaf was de grootste troost, naast het feit dat we een hele bijzondere, zeer liefdevolle en krachtige relatie hebben.

Mark en ik leerden elkaar kennen op Hogeschool Helicon in Zeist (nu is dat overgegaan in de Vrijeschoolpabo en onderdeel van de Hogeschool van Leiden) waar we allebei leerkracht werden: ik voor de kleuters en Mark voor de onderbouw van de vrijeschool (klas 1 tot en met 6, oftewel groep 3 tot en met 8). Ik werkte ongeveer zeven jaar als juf, eerst drie jaar fulltime, toen parttime en toen nog als invaller.

Ondertussen werd ik in 2009 gastouder om gedeeltelijk thuis te kunnen werken, en toen kwam Arend en werd ik steeds meer mama aan huis met nog wat gastkinderen erbij. Het gastouderschap bevalt me nog steeds goed, maar ik mis soms ook tijd zonder jonge kinderen om me heen. Daarom kwam deze tak erbij: mijn ervaringen als juf, gastouder en moeder door kunnen geven en zo toch werken voor de kinderen, maar wel in 1-op-1 contact met een volwassene.

Ik volg regelmatig trainingen om mijn eigen ontwikkeling blijvend te laten groeien, om nieuwe moeders op weg te helpen naar een krachtig en gezond moederschap. Zodat de kleine kinderen van nu uit kunnen groeien tot krachtige, gezonde volwassenen.

 

Meer over Susannah?
Kijk op haar website moederschapinontwikkeling of volg Moederschap in ontwikkeling op Facebook.

Stttt er is een mama geboren!

Kraammama

Gisteren had ik een gesprek met twee goede vriendinnen over het "probleem" van de kraamtijd. Er is iets aan de kraamtijd vreselijk moeilijk, maar daar lees en hoor je maar weinig over.
Met dit stuk wil ik kersverse moeders (óók als ze niet hun eerste, maar hun tweede, derde, vierde of zoveelste kind krijgen) een steun in de rug geven, maar vooral ook de omgeving van (naaste) familie en vrienden en niet te vergeten de kraamverzorgenden iets HEEL BELANGRIJKS meegeven.

Lees verder

KRAAMVROUW’S WIL IS WET
Het zou bovenaan op bladzijde 1 moeten staan van de hand-out bij de opleiding voor verloskundigen en kraamverzorgenden en we zouden het allemaal moeten weten voor we een kersverse moeder gaan zien. De kraamvrouw (de moeder die pas bevallen is; ik leerde de term ook pas kennen toen ik zelf moeder werd) mag zeggen wat ze wil en als ze het niet zegt moet je er nadrukkelijk naar vragen. “WAT WIL JE ÉCHT?” En haar wil is wet.

Ze is meestal behoorlijk moe in de weken na de bevalling. Niet zoals jij misschien moe bent na een avondje stappen. Of zoals je moe kunt zijn na een lange dag werken met fysieke inspanning. Ja, ze heeft een topsport-achtige prestatie geleverd die enorm veel pijn heeft gedaan. Dat kost energie, ook om te herstellen. Maar daarnaast moeten zij en haar pasgeborene elkaar en het nieuwe leven samen ontdekken. De meeste baby’s kunnen niet vanaf dag 1 perfect aan de borst of fles drinken, ze moeten hun slaapritme nog uitvinden en hoe ze moeten liggen op een matras en onder een deken in plaats van in een warme, zachte baarmoeder waarin automatisch de benodigde voeding binnenstroomde zonder enige moeite.

Voedende moeders krijgen na een paar dagen de zogenaamde stuwing waarbij hun borsten ineens van glas lijken te worden en enorm pijn kunnen doen. Ondertussen zijn de simpelste dingen als de trap op en af lopen en naar de wc gaan een soort martelgang gedurende de eerste zes tot tien weken. Ik zal je de (onsmakelijke) details besparen, maar geloof maar dat het bloeden nog een tijdje doorgaat en dat het pijn doet. Laat staan dat ze energie heeft om koffie te zetten voor haar gasten, te stofzuigen of de ramen te lappen.

En dan heb je de (hormonale) kraamtranen: ineens in snikken uitbarsten en niet meer kunnen stoppen… Hoe fijn was het toen mijn schoonzus het zag gebeuren bij mijn eerste en me alleen maar knuffelde en zei: “Jahoor, daar heb je ze, die waterlanders. Laat maar stromen!”

In die eerste maanden krijgt mama meestal ook niet meer dan 2 uur ononderbroken slaap, als ze geluk heeft en haar baby gewoon drinkt en daarna slaapt tenminste! Terwijl we allemaal wel weten dat de meeste mensen toch wel minimaal acht uur nodig hebben en zij al helemaal..!

De laatste tijd zie ik gelukkig steeds vaker dit soort ‘kraambezoek-etiquette- voorbij komen. Neem dit lijstje ter harte of lees: Kraambezoek regels en tips.

Maar als je íets kunt doen wat dit alles overstijgt én dit allemaal ‘covert’, dan is het dit: Kijk en Luister met een open hart en een open ‘mind’. Zeg bijvoorbeeld: “Ik heb aan je gedacht en wil graag iets doen waar je écht blij van wordt of wat écht helpt. Ik kan boodschappen doen die je graag wilt hebben, ik kan stofzuigen of schoonmaken, ik kan koken of met je oudere kind(eren) naar de speeltuin gaan zodat jij even kunt rusten, maar als je wilt dat ik gewoon zo gauw mogelijk weer wegga, is dat ook helemaal goed.” En meen dit uit de grond van je hart. Ga niet luidruchtig en langdurig met de vader staan praten, want dan heeft hij geen aandacht voor z’n pasgeborene en z’n herstellende vrouw.

Het ergste wat een kraamvrouw kan overkomen (en helaas overkomt dit jaarlijks duizenden vrouwen in de kwetsbaarste periode van hun leven!!) is dat het bezoek meer met zichzelf bezig is dan met haar. Dat ze haar rust niet krijgt, en bovendien nog allerlei verhalen aan moet horen waar ze op dat moment totaal niet op zit te wachten. Omdat ze zo moe is, heeft een verse moeder vaak ook niet de kracht om -zoals ze normaal misschien wel heel goed doet – haar grenzen aan te geven en het te zeggen als iets haar stoort. De omgeving moet haar helpen om die grenzen duidelijk te krijgen om haar wensen zo goed mogelijk te respecteren.

Het komt ook vaak voor dat een nieuwbakken moeder niet weet wat haar gebeurt en zich schuldig voelt dat ze zo uit het lood is geslagen. Maar niks is raar in deze tijden. Vertel haar dat ALLES OKE is. En normaal bovendien. Ze moet zoveel mogelijk gepamperd en verzorgd worden. Praat op zachte toon in het huis, want op een stille zolderkamer een geanimeerd gesprek uit de woonkamer horen, terwijl je niks anders wilt dan ABSOLUTE STILTE, is echt TERGEND!!

En last but not least: als je het bericht krijgt dat een vriendin of familielid is bevallen, zeg dan niet: Ik wil zo snel mogelijk langskomen! Maar zeg: “laat het me weten als ik welkom ben en jullie er ruimte en rust voor hebben. Ik ben heel nieuwsgierig en hoop dat alles goed gaat, maar ik zal me niet opdringen.”

Dankjewel.

Lees ook het artikel Kwaaltjes na de bevalling

Aandacht - De sleutel tot ontspannen moederschap

Aandacht

Ik verklap je mijn geheim. Het is zo simpel. En het is het allermoeilijkste wat er bestaat. De dagen dat ik helemaal lekker in mijn moederschap zit, zijn de dagen dat ik er met mijn aandacht bij kan zijn. Je weet inmiddels dat mij dat ook echt niet elke dag lukt. Maar áls het lukt... aaahhhh!!! Dan stroomt alles, dan gaat het vanzelf, dan kan ik liedjes zingen, dan kan er een glas water omvallen en zeg ik alleen maar liefdevol glimlachend: "Oh-oh... Zullen we dat even samen opdweilen?"

Lees verder

Het zijn de dagen dat ik – zoals op deze foto – tussen de kinderen zit en me alleen maar met blijdschap verwonder over wat ze allemaal kunnen, hoe groot ze al zijn, wat ze leren terwijl ze spelen, hoe ze oefenen in het sociale en daar al zo duidelijk hun eigenheid in laten zien. Dan kijk ik écht. Niet alleen met mijn ogen, ook met mijn hart…

En dat – dat kijken met je ogen én met je hart – dat lukt alleen maar als je ALLES wat er in je leeft gewoon kunt laten ZIJN. Jezelf met je onhebbelijkheden, je geschiedenis, je pijn, je onzekerheden en angsten gewoon nemen zoals het is. Dat je even niet met een oordeel naar jezelf kijkt, maar alleen maar met de open blik: dit ben ik. Dit kan ik – en dat kan ik niet. Maar ik ben er. Nu. Met al die dingen die ik met me meedraag.

Dat voorelkaar krijgen gaat soms beter en soms wat minder. Maar ik werk eraan. En de momenten dat het me lukt zijn er steeds vaker. Het gaat wel de goede kant op gelukkig. Het mooie is dat de dood van onze oudste daar alleen maar toe heeft bijgedragen. Dat heeft ook laten zien: ik kan dus niet alles beïnvloeden. Zoiets als leven en dood. Helaas pindakaas. Heb ik geen klap over te zeggen. Nouja. Dan hoef ik me daar alvast ook niet meer druk over te maken. Laat ik dan maar m’n best doen te doen wat ik WEL kan. Dat is dit: leren accepteren… Met horten en stoten. Stap voor stap. Tot ik in elk moment helemaal tot in de puntjes van m’n vingers en tenen en tot diep in m’n ziel aanwezig kan zijn. Dan ben ik de meest ontspannen moeder die er is. Ahhh… Zooo fijn!

Lees ook het artikel: Ontspannen opvoeden in 12 stappen.

Eten met kleine kinderen

Eten met kleine kinderen

Dit is een gevoelig onderwerp. Ouders lopen er allemaal wel een keer tegenaan: iets met kinderen die wel / niet / te veel / te weinig / de verkeerde dingen eten. En ouders maken zich zorgen. Terwijl het eigenlijk zo simpel is. Echt waar. Ik zal je precies vertellen waar ik denk dat het misgaat. En waar het ook bij ons misging. Maar ik heb wat bijgeleerd. Kan jij ook.

Lees verder

Komt ie: je vertrouwt je kind niet. En dat zou je wel moeten doen.

Collectief hebben we (over het algemeen) als ouders aangenomen dat wij verantwoordelijk zijn voor wat en hoeveel onze kinderen eten. Dat begint direct al bij de geboorte. Als je borstvoeding geeft en het komt niet direct op gang, ga je kolven onder begeleiding van een verloskundige, kraamverzorgster en misschien uiteindelijk een lactatiekundige. En elke druppel telt. En elke milliliter. En het baby’tje wordt gewogen. Mag niet te veel afvallen of moet daarna iig wel volgens de curve gaan groeien.

Maar kijk even om je heen: elk mens is anders. Andere bouw, ander lijf, andere spijsvertering, de één heeft een allergie, de ander een intolerantie, de derde eet alles wat los en vast zit.

En echt. Dat is al zo vanaf de eerste dagen in jouw buik. Je kind is zichzelf. En als het honger heeft, wil het eten. Echt waar. En als het dorst heeft wil het drinken. Heus.

Als ouder bepaal je wat er op tafel komt. We weten steeds meer over voeding, dus de meesten van ons doen wel min of meer ons best gezond eten op tafel te zetten. Dat doe je dan in kleine porties op het bord van je kind en je schept op wat je zelf graag eet, je wenst elkaar eet smakelijk en dan ga je lekker eten en praten. Gezellig. Vertel iets, vraag iets, neem een hapje, luister naar elkaar, heb plezier. Familytime.

Maar wat als dat niet lukt? Wat als je kind niet wil eten? Met eten gooit? Gewoon niks wil? Of alleen maar de appelmoes? En nog meer appelmoes? Nou, das dan prima. Niet mee zitten. Als er nog wat is, en het zijn geen drie borden maar gewoon nog een schepje, dan is dat prima toch? Niet gevaarlijk. Niks van de groente. Prima. Wat jij wilt. Zijn lijf, zijn maag. Ontspan.

Er zijn wel regels: We zitten op onze stoel tijdens het eten. En eten is om te eten. Niet om mee te spelen, niet om mee te gooien. Vertel duidelijk: “als je opstaat van tafel of gaat spelen met je eten, zegt mij dat dat je klaar bent met eten. Dan ruim ik het op. Dan komt het volgende eetmoment een volgende kans.”
En houd je daaraan. Wees daarin vriendelijk maar zeer consequent. “Je laat me zien dat je klaar bent, dankjewel.” Als je kind dan boos wordt, mag je de EMOTIE ACCEPTEREN, maar dat verandert niks aan de tafelregels. “Je bent boos he, omdat ik het eten heb opgeruimd. Dat snap ik. Maar als je wilt eten, moet je even wachten tot het volgende eetmoment, want je liet zien dat je klaar was.”
Let op: dat is echt heeeeel erg moeilijk als je stiekem een agenda hebt: dat je kind meer moet eten. Maar probeer het alsjeblieft een paar dagen. ECHT!! Dan begrijpt je kind de regels pas. Als wat jij zegt hetzelfde is als wat je doet. Als je dus meent wat je zegt en je aan je woord houdt.

Ontspan echt over die maaginhoud. ECHTECHTECHT. Ik weet hoe moeilijk dat is. Been there.. many times.

Maar ook al eet Emile maar 1 hap, dat is prima. Zodra hij voelt dat het voor mij een non-issue is, hoeft hij ook niet te experimenteren met z’n macht over dat bord. Ik ben met andere dingen bezig. En dan kan hij eten. In de ontspanning. Hè, wat fijn!

Eet smakelijk!

Lees ook het artikelen: Wat eten we vandaag? en Wat is gezonde voeding?

Warmte - Een primaire behoefte

Kindje in heerlijke warme wolletjes

Wat was ik verbaasd toen ik in 2010 – zwanger van mijn eerste kind – las over de gevaren van een te warm kindje, maar niets las over het belang van warmte! Kennelijk is alleen het gevaar van ‘te warm’ het vermelden waard, maar ‘te koud’ is natuurlijk ook niet goed! Maar daar lees je niks over, daar wordt op consultatiebureaus niet over gerept. De vraag is nu: Wat is er dan erg aan als mijn kind niet warm genoeg is? En is de kans dat dat gebeurt eigenlijk groot?

Lees verder

Ja, die kans is heel erg groot. In de veilige omgeving van de baarmoeder is je kindje steeds ingebed geweest in jouw moederlijf met een constante temperatuur van rond de 37 graden Celsius. Dat was de beste omgeving om te groeien. Na de geboorte kun je dit niet meer zo fysiek en vanzelf blijven verzorgen en moeten kleren en dekens je kleintje helpen om zichzelf op temperatuur te houden. Je kind verliest warmte waar de huid onbedekt is of slechts bedekt is met een dunne laag niet-isolerende stof zoals katoen, of wordt potdicht afgesloten van frisse lucht door kunstmatige stoffen als polyester en acryl, wat net zo min zorg draagt voor een goede warmteregulatie. Zeker in de eerste levensweken, maar ook in de maanden daarna verliest een kindje heel makkelijk de warmte omdat het zo snel moet groeien.

Topsport
Het lijfje gebruikt de meeste energie voor die groei en handjes en voetjes worden als eerste te koud omdat de prioriteit ligt bij het hoofd en de organen die voor een groot deel na de geboorte nog tijd nodig hebben om te rijpen. De fontanel moet nog gesloten worden en ondertussen moet het kind in de eerste tijd op aarde zijn/haar gewicht verdubbelen. Dat alles kun je vergelijken met topsport. Wanneer je kind nu ook nog energie moet stoppen in het op peil houden van de temperatuur, gaat dit ten koste van een behaaglijk gevoel, maar erger nog, ook van de groei!

Te warm is niet goed
Natuurlijk moet je in de gaten houden dat je kind geen knalrode wangen krijgt of een gezwollen gezichtje van de hitte. Tegenwoordig zijn bijna alle huizen goed geïsoleerd en wordt er in de winter gestookt voor een aangename kamertemperatuur. Baby’tjes kunnen nog niet zweten en kunnen overtollige hitte dus alleen kwijtraken door een verkoelende luchtstroom. Houd je kind dus altijd goed in de gaten qua temperatuur en als je ziet of voelt dat je kind het te warm heeft, is het zaak om óf wat kleertjes uit te trekken, de kamer te ventileren of om je kind te verplaatsen naar een wat koelere omgeving. Hartje zomer kan een badje ook verkoeling brengen, maar pas op dat het water nooit kouder is dan handwarmte, anders vat je kind binnen de kortste keren kou ondanks de warmte.

Blote enkeltjes
Wat mij aan het hart gaat zijn de vele kindjes die ik heb ontmoet die – als de ouders een trui, een warme broek en sokken met een stel winterlaarzen droegen – een dun katoenen broekje aanhadden met katoenen sokjes en kleine slofjes eronder. De blote enkeltjes piepten ertussendoor en verloren daar de broodnodige warmte. Mutsjes worden nauwelijks nog gedragen door pasgeborenen of baby’s van enkele maanden oud. Een katoenen romper en een mooi katoenen jurkje en – met een beetje geluk – een katoenen maillotje eronder, geven het kleine meiske nauwelijks de warmte die ze nodig heeft, zeker niet ’s winters.

Eigen waarneming
Gebruik je eigen handen (zorg dat die lekker warm zijn!) en voel eens tijdens het verschonen aan de blote voetjes en de vingertoppen van je kleine (de “uiteinden” van de ledematen moeten het eerst afkoelen als er niet genoeg warmte beschikbaar is!). Lekker warm? Dan is er niks aan de hand. Aan de koele kant? Dan kan het geen kwaad te speuren naar blote plekjes en die in te pakken. Is het echt koud? Dan is het het beste om je kindje in een warme ruimte en met warme handen een lekkere massage te geven met baby-olie en daarna in te pakken met zachte wollen kleertjes.

De oeroude wol – nog steeds modern
Wol is het enige materiaal dat van nature bedoeld is om warm te houden. De structuur van wol is zo opgebouwd dat zich overal kleine luchtkamertjes bevinden die de warmte van je kind isoleren en terugkaatsen, waardoor de temperatuur niet alleen wordt behouden, maar ook wordt gevoed. Op wonderlijke wijze word je er toch nooit te warm in. Zelfs op een zomerse dag isoleert een dunne laag wol je huid dusdanig dat het de overtollige warmte buiten houdt, maar de huid op comfortabele manier omhult met een zacht laagje. De duurste thermostoffen zijn niet zo geniaal als de eenvoudige, oeroude wol. Toch is de wol die tegenwoordig gebruikt wordt voor baby- en kinderkleding, maar ook voor het ondergoed voor volwassenen, niet meer de wol zoals die vroeger werd bewerkt. Jeuken doet het allang niet meer en voor de echt gevoelige huid zijn er prachtige mengsels met zuivere zijde of katoen, waardoor je nietsvermoedend wol kunt dragen en kunt profiteren van haar warmte, zonder ook maar een spoortje irritatie.

Katoen en polyester is niet echt warm
De katoen die bij de meeste wollen kleertjes gebruikt wordt is ook nog eens van biologische oorsprong en is dus niet geproduceerd met allerlei milieubelastende giffen. De goedkope, kunstmatig gemaakte “vervangers” voor wol (die tegenwoordig vaak gebruikt worden, juist ook voor baby- en kinderkleding), zoals fleecestof gemaakt van polyester of zelfs van plastic petflessen, is veel lichter en droogt sneller, maar heeft niet half de werking van wol. Vergis je niet, er bestaat ook wolfleece die er erg op lijkt en net zo zacht is, maar veeeeel betere warmte geeft en de ademende, isolerende werking heeft van de natuur.

Ode aan de muts
En dan nog kort over dat mutsje. Zoals ik al eerder schreef: de fontanel is nog open en vaak hebben baby’tjes nog maar weinig haar als natuurlijke isolatielaag. De hoofdhuid is dan de enige barrière tussen de kwetsbare hersenen van je kleintje en de (buiten)lucht! De meeste warmte verliest een kindje via de hoofdhuid. Voel maar: het hoofd is altijd warm! Maar je kind stookt voor de mussen als die warmte, die zo nodig is, ook juist bij het sluiten van de fontanel, direct verloren gaat aan de lucht. Geef je kind dus een klein mutsje, ook in de zomer. Je voelt het vanzelf aan het hoofdje van je kind: als de fontanel gesloten is, kun je de hartslag niet meer bovenop het koppetje voelen en mag het mutsje in ieder geval binnenshuis af blijven. De zachte babymutsjes, van zijde, katoen of wol of een mengeling, houden het babyhoofdje inclusief de oortjes warm, besparen je kleintje veel ‘stookenergie’ en staan nog lief ook.

Kopen!
En nog even wat reclame, natuurlijk. De mooiste wollen kleertjes vind je in Amsterdam bij De Zaailing, in Den Haag bij Matruschka, in Zutphen bij Obilot en in Deventer bij De Amaranth. Online is vandaag de dag ook veel te vinden:

www.deamaranth.nl (webshop van de mooie winkel in Deventer! Ga live kijken als je in de buurt bent, ze hebben ook mooie dameskleding!)
www.ekobebe.nl (fijne site met grote keus)
www.natur-el.nl (naast veel mooie kleding hebben zie hier de mooiste sokken, sokken en nog eens sokken!)
www.ziloen.nl
www.babynatura.nl
www.asterra.nl
www.schaapskleren.com
www.ecotex.nl
www.littleshoparoundthecorner.nl
www.dilling.nl

En nog een tip: bij Little Shop Around The Corner verkopen ze ook een mooi boekje van Edmond Schoorel over dit onderwerp. Het heet ‘Het belang van warmte voor het opgroeiende kind’ en kost maar €12,50. Een aanrader!

En, last but not least: Tweedehands is ook een goede optie! Via vrienden of kennissen (bijvoorbeeld via een vrijeschool!), de facebookgroep ‘Wolletjes’ of zoek via Marktplaats! Verzeker je er dan wel van dat je echt wol koopt en geen fleece of pluche, want sommige verkopers kennen het verschil helaas niet. Maar als er een merk bij staat als Engel, Cosilana, Disana, Lana of Sturm, is het topkwaliteit, vaak voor een klein prijsje.

Ik wens alle kleintjes een behaaglijk warme kindertijd!

Rouwen en toch gelukkig zijn

Lees hier Susannah's haar verhaal over dood en geboorte in 1 week.

Lees verder

Susannah: ‘Arend was ongeveer drie weken grieperig. Hij lag op de bank en had koorts, nauwelijks eetlust en geen puf om te spelen. Ik ben niet bang aangelegd en vind dat ziek zijn erbij hoort. Ik verzorgde Arend zo goed ik kon, zorgde dat hij genoeg vocht binnenkreeg en liet hem veel slapen. Toen hij ging schreeuwen van de pijn, is mijn man met hem naar de huisartsenpost gegaan. Daar constateerden ze een dubbele oorontsteking, maar verder niets. Ik heb die oorontstekingen alternatief behandeld en toen we twee dagen later bij de huisarts zaten, waren die ontstekingen weg. Arend vond het vreselijk om onderzocht te worden, dus hij gilde moord en brand en sloeg de dokter van zich af. De arts vermoedde gewoon een griep die wat lang duurde en omdat hij er zo’n last van had, gingen we akkoord met een antibioticakuur. Die hebben we een kleine week gegeven, maar er veranderde niet veel.’

Hartaanval

Mijn zoon stierf toen hij 5 jaar oud was

‘Ik was 39 weken en 4 dagen zwanger toen ik naast hem zat op de bank. Om mij te ondersteunen in de zorg voor Arend was zijn peetmoeder, een goede vriendin van ons, met haar dochtertje bij ons in huis. Ze zette thee en we kletsten wat. Arend knabbelde op een crackertje en kletste ook gezellig mee. Toen viel hij in slaap. Mijn vriendin zei nog: ‘Hé, toch fijn dat hij wel goed slaapt nu hij zo ziek is…’ Ik beaamde dat. Op dat moment kreeg hij een hartaanval. Ik zag hoe hij z’n ogen wegdraaiden, z’n rug krom naar achteren trok en hoe in seconden tijd z’n wangen nog bleker werden en z’n lipjes blauw kleurden. Instinctief ben ik opgesprongen, tilde ik hem in no-time naar de gang en legde hem daar op de grond om hem te reanimeren. Als gastouder ben je verplicht jaarlijks je EHBO bij te houden en dat doe ik al sinds 2009. Zonder nadenken paste ik alles toe wat ik wist. ‘Hoofd licht achterover gekanteld, kijken, luisteren, voelen naar adem, niks waar te nemen, beademen. Twee keer beademen, vijftien keer masseren. Pompen, pompen, Tellen. In het ritme. En ik dacht natuurlijk alleen maar: Arend! Kom terug alsjeblieft! Niet opgeven, niet opgeven.’

Mijn mooie Arend

‘Toen de ambulancebroeders het van me overnamen, en ik naar de huiskamer liep, stortte ik in. Ik huilde en huilde en ondertussen knuffelde ik mijn vriendin en Emile, die toen 2 was en overal naast had gestaan. Ondertussen ging het reanimeren in de hal door en besloten ze om Arend met een brancard naar de ambulance te brengen. In het ziekenhuis wilden mijn man Mark en ik niet bij Arend komen. Het is heel erg heftig om je kind gereanimeerd te zien worden, want het ziet er erg gewelddadig uit. Toen kwam de arts ons halen met de mededeling: ‘We willen dat jullie erbij komen want het gaat niet goed met Arend.’ We gingen de kamer in. Klopt z’n hart alweer?!, schreeuwde ik. De kinderarts, een oudere man, kwam voor me staan en keek me recht in de ogen: ‘Nee, en dat gaat ook niet meer kloppen.’ Het voelde als een messteek. Ik zag de pleisters, de buisjes en de infusen. ‘Kan dit dan nu allemaal weg, alsjeblieft?’ kon ik kalm vragen. Direct haalden de artsen eromheen alles van zijn lijfje af. Daar lag mijn mooie kind. Dood. En ik stond daar maar, hoogzwanger. Ik huilde even heel intens, m’n handen om z’n hoofd m’n gezicht in zijn nekje. Ik zag hoe Mark naast me stond en niet wist wat hij moest doen. Ik legde een arm om hem heen en keek hem aan: ‘Mark, wij kunnen dit. We blijven samen en we slaan er ons doorheen.’ Ik heb nog steeds geen idee waarom ik dat toen al kon zeggen.’

Olaf

‘Vier dagen na de dood van Arend werd onze zoon Olaf geboren. Het was een heel mooie bevalling, mooier dan ik me had kunnen wensen. Ik heb Olaf zelf opgevangen en na een uur of twee zelf de navelstreng doorgeknipt. Al die tijd lag hij in mijn armen. Een tevreden kleine buddha-baby. Lekker mollig en vol kracht. Alsof hij met z’n hele lijfje zei: maak je om mij maar geen zorgen. Na zijn geboorte waren we nog drie dagen met z’n vijven in huis. De begrafenis was geregeld en Arend lag opgebaard op z’n bedje, in een zee van bloemen. Elke nacht als ik Olaf had gevoed, liep langzaam – ik was namelijk net bevallen – de trap af naar de kinderkamer. Ik ging bij Arend zitten en vertelde hem hoe lief zijn kleine broer ons troostte. Het waren de mooiste en meest intense dagen van mijn leven. Alle mensen die in ons huis kwamen, tientallen per dag, die naar Arend kwamen kijken en daarna naar Olaf, brachten liefde mee. Ik zat daar als een koningin, zo voelde ik me soms. Ik had een mooie baby die sabbelde en pruttelde, mijn lieve Mark, de altijd-opgewekte Emile en mijn liefdevolle familie en dierbare vriendengroep. Alles werd verzorgd en iedereen was dichtbij. Dat was enorm helend.’

Huis voor levenden

‘Mark en ik zijn altijd hecht geweest en ook na de dood van Arend zijn we dichtbij elkaar gebleven. Bij elke beslissing keken we naar elkaar en wisten we wat we moesten doen. We wilden bijvoorbeeld niet dat de artsen na Arends dood nog sectie zouden doen. Allebei voelden we direct aan: ‘Laat zijn lijf met rust en a niet in hem snijden, we krijgen hem er toch niet mee terug.’ Een paar dagen na de begrafenis kwam er een goede vriendin die met Mark en mijn zusje alle spullen die echt van Arend waren hebben opgeruimd. Ze hebben het hele huis met salie uitgerookt om de dood het huis uit te jagen. De speelvlonder die echt voor Arend was geweest, was meteen van Emile. Mark maakte een houten kistje waar we zijn tekeningen en alle rouwkaarten, maar ook zijn geboortepapieren nu in bewaren. We voelden meteen: het huis is voor de levenden. Hier leven wij, en daar gaan we gewoon mee verder; we wilden geen museum met de dingen die hij nog had aangeraakt. Zo nu en dan haal ik een trui tevoorschijn die Emile nu past. Dat is altijd weer even een scherpe pijn én een golf van liefde in één.’

Groot gezin

‘Mark en ik hebben samen gekozen voor een groot gezin en die wens is niet veranderd. Ik ben nu zwanger van ons vierde kind en we hebben nog een wens voor een vijfde. Voor mijn moederschap betekent het vooral dat ik er nu veel bewuster in sta. Ik geniet meer dan tevoren van mijn kinderen, van de liefde die ze uitstralen, van de leuke dingen samen, van hoe ze zich ontwikkelen. Maar net zo goed ook van het opvoeden van kleine kinderen, dat gepaard gaat met frustraties zo nu en dan. De opvoeding is niet veranderd: we zeggen misschien wel iets vaker dat we van onze kinderen houden en we gaan ook wel iets sneller naar de huisarts als we twijfelen. Maar verder is het net als daarvoor. We zijn heel erg gelukkig samen.’

Nieuwe levensvreugde

‘Een maand na Arends overlijden vertrokken we voor 2,5 maand met ons camperbusje naar Scandinavië. Tien weken lang hadden we bijna alleen elkaar om mee te praten. Ik had ook een hele stapel boeken meegenomen over rouwverwerking, want ik wilde begrijpen wat ik meemaakte. In die tijd ging ik me realiseren hoe belangrijk het is om alles wat we voelden en dachten te erkennen en ruimte te geven. Om dat wat er was er ook echt te laten zijn. Niks verstoppen, niks binnenhouden. In de boeken las ik over hoe vaak ouders die een kind verliezen uit elkaar gaan. De ene ouder klampt zich vast aan het verleden en de ander wil juist door met het leven. Ik vertelde dat aan Mark en we besloten heel bewust dat dat niet mocht gebeuren. We zouden naar elkaar luisteren zonder elkaar te veroordelen. We mochten Arend zowel gedenken, herinneringen ophalen, huilen, maar vooral praten over wat we in de toekomst wilden. Ik ervoer in die periode hoe krachtig dat was. Het gaf ons nieuwe levensvreugde én energie. Nu gaat die energie naar mijn beroep als moedercoach. Een coach voor ouders die worstelen met het ouderschap. Ik schrijf veel stukken over uiteenlopende onderwerpen van het ouderschap en opgroeiende kinderen. Eén dag in de week voer ik coachgesprekken, wandelend in de natuur.’

Dankbaar

Susannah

‘Binnenkort zijn we – net als toen Arend er nog was – weer met zijn vijven. Ik weet nu wel heel goed dat het zomaar  ineens afgelopen kan zijn. Toch zijn het twijfels die enkel en alleen in mijn hoofd zitten en niet in mijn hart bestaan. Ik geloof in reïncarnatie en daarmee in een geestelijke wereld waar wij als ziel allemaal vandaan komen en allemaal weer naar terugkeren. Na Arends dood gebeurde er zo waanzinnig veel moois om ons heen. Onze familie, vrienden en de school waar we toen allebei nog werkten, financierden samen de begrafenis, zorgden voor ons eten en steunden ons waar het kon. Dat had niet alleen veel effect op ons als gezin. Ook binnen andere gezinnen ontstond een enorme hechte band omdat iedereen die daarin zat collectief plotseling weer begreep hoe kostbaar het leven is. Als ik me dit allemaal bedenk, is de angst dat het weer mis zal gaan weer weg. Het was Arends verhaal, niet het verhaal van Emile of Olaf of het kindje dat nu komt. We houden van het leven, mede dankzij Arend’s dood. Hoe gek dat ook klinkt; hij heeft mij heel veel levenslust bijgebracht door zo jong te gaan. Ik heb nog zoveel om iedere dag diep dankbaar voor te zijn.’

Dit artikel werd voor het eerst gepubliceerd op Famme.

Puppy en peuter, Jo Frost en Janet Lansbury

Een peuter is geen puppy

Een mens is geen dier. Vanuit mijn antroposofische achtergrond kan ik dit goed uitleggen, maar het is nogal veel terminologie die te veel uitleg vraagt als je er niet vertrouwd mee bent. En als je dat wel bent, hoef ik het niet uit te leggen. Dus probeer ik het met gewone woorden.

Lees verder

De antroposofie onderscheidt in alles wat groeit op aarde vier groepen. Ten eerste de groep van stenen en mineralen. Ja, dat groeit in zekere zin ook, maar we beschouwen dat doorgaans toch als dood materiaal. Pure materie. Je ziet vaste structuren in hoe gesteentes zijn opgebouwd (denk aan de typische vorm van een bergkristal of een druipsteen), maar verder gebeurt er niet zo veel. De tweede groep zijn de planten en bomen. Die groeien duidelijker. Vergaan, en komen elk jaar terug. Met duidelijke vaste vormen per soort. En kan zich al voortplanten door zaadjes en wortels, mycelium of knolletjes. De derde groep zijn de dieren. Van mug tot olifant, elk dier behoort tot een soort en een familie. Het heeft al meer een eigen “rol” zou je kunnen zeggen, ten opzichte van de planten. Het heeft driften: kan boos en blij zijn, hongerig of tevreden. En de mensen die veel met dieren werken of anderszins omgaan, weten dat dieren ook een zeker karakter hebben. Dat ze aan je hechten of juist schuw zijn. Een huisdier kan echt een vriend zijn en je kunt ervan houden als van een partner of een kind. Maar er is een belangrijk verschil waardoor mensen echt nog iets anders zijn dan een dier met kleren aan. Mensen kunnen keuzes maken. Als een dier honger heeft, en het ziet eten, dan eet het. Een dier zal nooit ontevreden zijn met z’n lijf. Of z’n vacht willen verven. Of eens een andere route naar het bos lopen. Of op zoek gaan naar een ander baasje als jij eens wat minder tegen hem praat. Dat soort dingen doen alleen mensen. En nou gooi ik er toch een kleine term tegenaan: mensen hebben een IK. Ons IK is de kapitein op het schip, datgene in ons wat afwegingen en keuzes kan maken. Datgene dat een doel kan hebben en gedisciplineerd daarnaartoe kan werken uit eigen beweging. Dieren hebben dat niet tot hun beschikking. Niet in die mate. En daarom moeten we huisdieren, als we hen iets willen leren of afleren, ook echt trainen. Met een beloningssysteem bijvoorbeeld. Straffen doet men soms ook, al zijn dierenwelzijnsactivisten daar natuurlijk fel op tegen. En de andere mensen eigenlijk ook, als ze er goed over nadenken… Maar als je een pup zindelijk wilt maken (dat wil zeggen: dat hij niet op je mooie tapijtje poept, maar pas als jij het zegt en je keurig bij het hondentoilet bent aangekomen, of op de stoep waar je het dan natuurlijk met een zakje opruimt) dan moet je het dier met beloningen en prijzen verleiden om het gewenste gedrag te vertonen en te herhalen.

En er zijn best veel mensen die deze tactiek ook gebruiken voor kinderen. En dan mag een straf weer wel: een time out, noemen we het ook wel. Even apart zetten. Supernanny Jo Frost doet het veelvuldig. “Denk maar even goed na waarom jij hier moet zitten.” “Als je weer rustig bent, mag je terugkomen.” Maar onze hersenen zitten anders in elkaar. En een kind heeft een IK. Het is nog niet in staat om net zo te functioneren als het IK van een volwassene, maar het is zich daarop aan het voorbereiden. En in die voorbereidende fase is het net zo gevoelig als wij, maar het snapt nog niks van die gevoelens. En daarom is het per definitie onredelijk. Want de rede (de logica) is nog niet geïntegreerd. Dat betekent dus dat het voor een klein kind volslagen onbegrijpelijk is waarom op het ene gedrag een beloning en op het andere gedrag een straf of een time out volgt. En omdat een klein kind dat niet kan begrijpen, is het zinloos. Het enige dat je ermee bereikt, is dat er verwijdering ontstaat en dat het kind zich niet begrepen voelt. Op verwarring en onbegrip volgt dan ook nog isolatie.. En daar kan geen enkele peuter kaas van maken. Het voelt zich niet gezien en dat doet pijn. Het brengt verwijdering terwijl je zo graag je kind een veilig en welkom gevoel wilt geven. Zodat het zich in alle weerbarstigheid en verwarring van de groei en ontwikkeling toch geleid en geaccepteerd mag voelen. Of – en dat komt ook veel voor – de peuter accepteert het als een normaal gevolg van “stout gedrag” en gaat gewoon even braaf op dat stoeltje zitten. Maar wat raar: de volgende dag gebeurt het gewoon weer. Je kind heeft geleerd dat het op dat stoeltje moet zitten, maar oorzaak en gevolg zijn nog niet te koppelen. En dus verandert het niets aan zijn laborantengedrag: de hele tijd iets proberen: trial & error/succes. En succes is ook: een schreeuwende ouder. Want wow: je doet dit en dan.. hatsa! Vuurwerk! Leuk! Een peuter kan negatieve aandacht en positieve aandacht nog niet goed scheiden. Natuurlijk kan het lachen of huilen, bang schrikken of blij verrast zijn, maar alles is in deze fase nog even interessant. En daar zit de kink in de kabel: er is nog geen moreel besef om een consequentie logisch te begrijpen zoals een puber wel kan begrijpen dat hij graffity moet schoonmaken of een gesloopte fiets moet repareren.

Natuurlijk kan het belonen en straffen wel ogenschijnlijk het gewenste effect hebben. Maar dat ontstaat zonder dat er verbinding is tussen opvoeder en kind. Beide zijn dan alleen. En het kind leert dat je ongewenst bent als je bijvoorbeeld zo in de war bent dat je ervan moet huilen of als je gewoon niet begrijpt hoe iets werkt of wat er dan wel moet als er bezoek komt. Als een kind steeds om iets vraagt waarvan het nou toch wel zou moeten weten dat dat nooit mag, begeleid het dan liefdevol door de situatie heen in plaats van het op de gang te zetten. Jij als ouder bent de gids in dit voor het kind ingewikkelde land van regels en gewoontes. Blijf kalm en vertel hoe het wel moet. En doe dat vooral ook zelf voor. Elke dag opnieuw. Heel Erg Veel Dagen Achter Elkaar. Want peuters leren door herhaling en gewoonte. “Oh wacht. We gaan eerst de schoenen uitdoen, dan de sloffen aan en dan pas de kamer in. Net als gisteren. Zo doen wij dat hier. Kom maar, ik help je even. Dat vind je niet leuk he? Jij wilde NU al spelen. Ik snap dat. Spelen is ook heerlijk. Kijk, hier hangen we je jas aan het haakje, linkerschoen uit, rechterschoen uit, linkerslof aan, rechterslof aan… Ja! Rennen maar!”

Probeer het als een mantra en met een uitgesproken kalmte te vertellen wat er WEL moet gebeuren als er iets niet naar jouw zin gaat. Ga niet in op wat het kind verkeerd doet, maar richt alle aandacht op hoe het wél moet. Wat je water geeft, groeit. En dan groeit je peuter op tot een kleuter en een kind met een IK dat het ineens echt kan besturen. Dan wordt je kind kapitein op het eigen schip.

Verder lezen? Dit is een aanrader:
https://www.janetlansbury.com/…/why-timeouts-fail-and-what…/

Slapen - Ik zou wel willen!

Stil, de baby slaapt

Slapen is een hardnekkig thema in het moederschap. En dat is niet omdat we er zoveel van krijgen, meestal.. Heel erg veel moeders en vaders worstelen met slaap.

Lees verder

Meestal is hun eigen slaapgebrek een gevolg van kinderen die niet makkelijk in- of doorslapen. Zelf ben ik momenteel slachtoffer van een buikbaby die me wakkermaakt op de meest onchristelijke tijdstippen… Maargoed. Straks uit de buik zal het redelijk snel beter gaan, daar vertrouw ik wel op na ervaring met drie kinderen… Als het tenminste niet een kind zal blijken te zijn met medische vraagstukken zoals reflux, want dat laat ik hier even buiten beschouwing.

Laatst belandde ik weer eens in een moeilijke discussie rondom samenslapen. Ik vind dat vooral bijzonder ingewikkeld omdat er veel mensen blijken te zijn die graag met getrokken zwaard op het discussie-platform verschijnen: niet bereid om ook maar een centimeter van hun eigen ideeën af te wijken, niet bereid om respect op te brengen voor moeders met andere wensen of ideeën. Daar heb ik nogal veel moeite mee, want we zijn nou eenmaal allemaal anders. Je kunt echt niet één recept voorschrijven dat voor elke moeder werkt of goed voelt. En dus is het mijns inziens niet zo zinvol om een oordeel te vellen over iets dat voor een ander werkt. Het gaat erom dat iets werkt. Ook op de lange termijn. En als dat zo is, HALLELUJA! Dan mogen we in onze handjes knijpen, want dat is helemaal niet vanzelfsprekend.

DE TWEE MEEST VOORKOMENDE SLAAPSITUATIES
Laat ik dus als eerste zeggen dat je meerdere keuzes kunt maken.

1. Je kunt kiezen voor een family-bed; het beroemde samenslapen: met mama, papa en kroost op 1 kamer of zelfs in 1 (extra)groot bed. Hele volksstammen doen het zo en zweren erbij.
Dit kent veel voordelen: Kinderen hoeven geen afscheid te nemen voor het slapengaan, ouders liggen er namelijk altijd naast. Als er iets is, ben je erbij. Nachtmerries, een nachtelijke (borst)voeding, een slokje water, een knuffel, alles is binnen handbereik en er hoeft niet geschreeuwd en gehuild te worden. Nadeel: je hebt als ouders geen privacy meer als het aankomt op je seksleven of ongestoorde nachtrust. Sommige ouders vinden dat helemaal niet erg; verplaatsen het seksleven naar een andere ruimte, doen het rustig naast hun slapende kroost en hebben genoeg aan de slaap die ze krijgen, ook al wordt die soms onderbroken.

2. Je kunt er ook voor kiezen om je kinderen op een eigen kamer te laten slapen. In onze Westerse wereld is dat een beetje de norm geworden, dankzij grotere huizen; een welvaartsdingetje, eigenlijk.
De voordelen liggen voor de hand: je kind krijgt een eigen ruimte, waar vaak ook plek is om te spelen, een eigen plek voor de kleding en eventuele knutselspullen, een plek om zich terug te trekken uit een druk gezinsleven, voor oudere kinderen ook een plek om huiswerk te maken of lekker te dagdromen. Voordeel voor de ouders: nachtelijke privacy en ongestoorde(re) nachten. Nadeel: als er wat is met je kind(eren), moet je eruit: de kamer uit, naar de kinderkamer, en dat duurt natuurlijk iets langer dan wanneer je ernaast ligt. Daarnaast moet je ervoor zorgen dat je je kinderen wel hoort als er wat gebeurt: dus deuren tussen de kamers open of een babyfoon.

Naast deze twee extremen, zijn er allerlei mengvormen en tussenoplossingen te bedenken. Bijvoorbeeld: in principe een eigen kamer, maar bij ziekzijn of emotionele spanningen wel samen slapen. Of: bij het inslapen bij je kind gaan zitten/liggen tot het slaapt. Of: één van beide ouders verhuist naar een logeerbed zodat er ruimte komt voor 1 of meer kinderen die niet alleen willen liggen. De ouder die in het logeerbed belandt heeft dan een nacht ongestoorde slaap, wat wellicht hard nodig is… 😉

MAAR DIE IN- EN DOORSLAAPPROBLEMEN DAN??
Slaapdeskundige Stephanie Lampe slaat met dit filmpje de spijker op z’n kop. Ze heeft het over vier oorzaken van de zogenaamde bedtijd-battles:
1. te vroeg overgegaan op een groter bed
2. inconsequent / onduidelijk zijn van ouders
3. kind is oververmoeid
4. “er zit een kop op”, wat zoveel zegt als: je kind heeft een sterk karakter, een hardnekkig eigen willetje.

1. Zorg ervoor dat je niet te vroeg overgaat op een groter/groot bed. Kan het kind de nieuwe ‘vrijheid’ van geen ledikantgrenzen al aan? Of heeft het nog wat omhulling nodig? Dat kan met een klamboe, een hemeltje of een hekje of wat andere hulpmiddelen opgelost worden. Zelf wilde ik altijd het liefst een bedstee: een mini-slaaphuisje. Voelde me verloren in mijn relatief grote kamer.

2. Wees consequent. Dat kan in mijn oren zo’n nare militair-discipline-achtige klank hebben. Ik zeg liever: wees duidelijk en betrouwbaar. Als je zegt: ‘het is bedtijd, je moet gaan slapen.’ accepteer het dan niet als je kind steeds uit bed komt door het weer mee te nemen naar de huiskamer met een ‘vooruit dan maar’. In feite is jouw woord dan dus niet betrouwbaar. Blijf bij je besluit. Je kunt dan wel zeggen: ‘ik blijf er nog even bij.’ Of: ‘Ik ga hier even lezen, dan wacht ik tot je inslaapt.’ Maar hou je bij het besluit dat het bedtijd is. Anders blijft je kind het proberen. Sterker nog: het voelt daarna de NOODZAAK om elke uitspraak te testen op betrouwbaarheid. Daar wordt het alleen maar onrustiger van. Zeg dus geen ongeloofwaardige dingen of iets waar je helemaal niet achter staat. Want als je er later op terug moet komen ben je weer onduidelijk / inconsequent / onbetrouwbaar. Maar als jouw kind weet: naar bed = naar bed, dan hoeft het daar niet over te twijfelen en dat levert rust op. Het helpt ook als je duidelijk bent over de bedroutine. Daar kom ik straks op terug.

3. Om te kunnen slapen moet je moe zijn. Maar niet TE moe. Want wie TE moe is, kan juist weer niet inslapen. En dat geldt zeker voor jonge kinderen. Ze zijn ‘over hun vermoeidheid heen’. Typische verschijnselen hiervan zijn: heel hard rennen, gieren, keihard lachen, juist te wild gedrag en veel grapjes maken en dan de bekende struikel/valpartij met dikke tranen. Wij zeggen dan vaak: ‘Oeps. Te laat. De remvloeistof is op!’ Dan zit er maar 1 ding op: direct in bed en erbij blijven tot het rustiger is. Desnoods ernaast gaan liggen, even masseren, een beetje lavendelolie op het ruggetje in 8jes rustig inwrijven. Als oververmoeidheid vaak een probleem is, moet je de dag kritisch bekijken. Als er nog een slaapje overdag is, kijk of dat wel op tijd gebeurt. Het 5-5 ritme is een goede voor peuters met nog 1 slaapje. Dat betekent: na het opstaan 5 uur wakker, middagslaap, en dan weer 5 uur tot het bedritueel voor de nacht. Vooral die tweede wakkertijd moet niet te lang en ook niet te enerverend zijn. Denk aan prikkels: feestjes, pretparken en TV. En soms is een schooldag ook al heel vol en vermoeiend. Overprikkelde kinderen moeten eerder en langer bijkomen van de dag.

4. Als je een temperamentvol kind hebt dat heel goed weet wat hij/zij wil, prijs je dan gelukkig. Dat zijn later vaak de meest gelukkige en succesvolle mensen. Maar hen grootbrengen is ook een extra grote uitdaging. Dit zijn kinderen die al op jonge leeftijd doorhebben dat ze invloed hebben en die willen ze maar al te graag uitoefenen. Je moet elk kind serieus nemen, maar deze kinderen EXTRA serieus. Dat doe je door hen invloed te geven op een manier die past bij hun leeftijd en de situatie. Peuters mogen bijvoorbeeld niet zelf weten hoe laat ze naar bed gaan. Maar ze mogen wel zelf weten of ze hun witte of hun blauwe pyama aan willen. Geef ze waar mogelijk een realistische keuze uit hooguit 2 of 3 dingen. Dan hebben ze echt iets te kiezen, maar kunnen ze het niet verkeerd doen. Kondig de dingen die staan te gebeuren, vantevoren aan. Zeg bijvoorbeeld: ‘na het eten mag je nog 1 grote toren bouwen of nog 5 minuten met de treinbaan spelen, en daarna gaan we naar boven.’ En houd je daar dan ook aan. Het kind heeft een keuze, het weet wat jij wilt en er is geen twijfel mogelijk over dat wat er te gebeuren staat. Die rust doet heel veel goeds, zeker voor het slapengaan.

BEDTIJDROUTINE – ZO DOEN WIJ HET
Mark en ik brengen 9 van de 10 keer samen de kinderen naar bed. Afwisselend ik de kleuter en hij de peuter. Wij gaan na het eten altijd meteen door: Emile krijgt een poepverhaal. Zo heet dat hier, haha!! Hij gaat dan naar de wc en heeft standaard na het eten een grote boodschap. Eén van ons leest ondertussen een boekje voor, zittend op het toiletkrukje… Je mag het raar vinden, hoor. Is bij ons zo gegroeid en werkt. Olaf wordt verschoond en geknuffeld op het aankleedkussen. Dan gaan we samen naar boven, poetsen samen de tanden van de jongens en zingen ondertussen samen (tweestemmig!) ons tandenpoetsliedje. 😇Pyama en/of slaapzak aan, dikke kussen en knuffels en dan stoppen we de kinderen in. Dan wisselen we om, om het andere kind ook nog te knuffelen en welterusten te wensen. Muziekdoosje en babyfoon aan, dan gaan we naar beneden om de keuken en de tafel samen op te ruimen en te genieten van onze avond. Soms moet 1 van ons nog een keer terug als de jongens (meestal de jongste) nog aan het ravotten zijn, maar meestal slapen ze dan binnen 10 minuten. Voordat wij zelf gaan slapen, sluipen we nog even de kamer in: een kusje op de slapende hoofdjes, de dekens recht trekken, evt nog een raampje open of dicht, nachtlampje aan, babyfoon uit, en dan zetten we de deur open zodat wij ze horen als er ’s nachts iets is. Soms is 1 van beide jongens echt onrustig of is er een nachtmerrie of ziekzijn. Dan nemen we het slachtoffer bij ons in bed als hij dan tenminste slaapt. Maar Mark en ik kunnen er allebei niet goed tegen en slapen dan zelf meestal slecht. Naast de jongenskamer hebben wij een logeerkamer met een twijfelaar (bed is 120 breed). Daar gaat 1 van ons dan met het onrustige kind slapen. En dan is het vaak voor iedereen het rustigst.

Hoe doe jij dit?

https://youtu.be/cw4M33c-OK4

Het probleem van broers en zussen

Broers en zussen dilemma's

Je wordt vader en moeder en na een poosje lijkt het een goed idee om nog een kindje te verwelkomen. En dan heb je er twee. En dat lijkt zo leuk; twee kleintjes die met elkaar kunnen spelen, je ziet het al voor je in die eerste weken zwangerschap: hoe de oudste je baby kusjes geeft, hoe het de baby de fles mag geven of op schoot mag hebben. Je ziet allemaal liefdevolle, gezellige interactie. En twee jaar later weet je niet hoe je het hebt:

Lees verder

ze vechten elkaar de tent uit! Of ze trekken aan elkaars haren! Of de oudste gaat slaan omdat de jongste de treinbaan of de blokkentoren kapot heeft gemaakt! En de jongste stompt terug! Krabt de oudste de schrammen op de neus!! Huilen en brullen en schreeuwen! NEEEEEE!!!!!

Als ouder sta je tussen twee vuren: in eerste instantie wil je de jongste beschermen: dat is immers de kwetsbaarste van de twee. Maar je ziet misschien ook dat de frustratie van de oudste niet onterecht is. En je begrijpt de wanhoop als alles dat met zorg gemaakt is, door een olifantje in de porseleinkast kapot wordt getrapt. Aaargh!!!

Natuurlijk moeten we ingrijpen als de één de ander fysiek geweld aandoet. Stoeien kan, boos worden mag, verdrietig zijn is helemaal oké en frustratie mag er ook zijn. Maar er ligt een grens bij geweld. Daar heb je als opvoeder de taak om dat te stoppen. Liefst op een manier die rustg, kalm en vol vertrouwen is: “Ik laat je niet slaan, dat doet pijn.” Als het kind dat agressief wordt, echt doorslaat, is er maar één manier: haal hem/haar uit de situatie: optillen en samen naar de gang of de slaapkamer of een andere plek waar de emotie kan uitrazen zonder dat er gewonden vallen.

Maar in alle andere gevallen is het genoeg om in de buurt te zijn of er even naast te gaan zitten om er echt met je aandacht bij te zijn zodat je op de rem kunt trappen als dat nodig is. Heel beheerst zijn en die maaiende arm tegenhouden, op tijd liefst. In de tussentijd laat je merken dat je ziet wat er gebeurt, maar dat je niet oordeelt. Dat is de kern. Je weet namelijk niet wat er zich in hen afspeelt. Wat écht hun motivatie is om dit of dat te doen. Probeer alle acties te registreren zoals een videocamera zou doen. “Sportscasting” noemt Janet Lansbury het. Als een sportverslaggever registreer je de bewegingen, de acties en de reacties. Het helpt ook voor je kinderen als je dat hardop doet. Ik zei vanmiddag zoiets “Emile heeft het groene balletje en Olaf probeert het nu te pakken. Emile trekt z’n hand weg en geeft Olaf een duw. Olaf zet zich schrap en klimt nu op de bank om er beter bij te kunnen… HO OLAF! IK LAAT JE NIET SLAAN. Emile, geef jij de bal aan Olaf als je klaar bent? Oh! Mag hij hem nu al?! Dankjewel!”.

Voordat ik dit leerde, zei ik in zulke gevallen al heel snel: “Emile, pak jij even een andere bal en geef deze maar aan Olaf” ofzoiets. Of ik werd boos omdat Olaf iets wilde afpakken. Maar weet je, dat weet je dus echt niet als ouder. Het kan net zo goed zijn dat Olaf eerst dat balletje al had. Of dat hij helemaal de bal niet persé wil, maar gewoon samen wil spelen. Het grappige is, dat je met dat verslaggeven geen oordeel hebt. Een voetbalreporter vindt nooit de ene voetballer leuker dan de andere in zijn verslag. Hij registreert pur sang en heeft geen mening, hij kijkt puur naar wat er gebeurt. Het gedrag van onze kinderen weerspiegelt hun gevoel. Het heeft geen zin om dat gevoel goed of slecht te vinden. Het helpt niet als wij iets beoordelen als lief of gemeen. Onze kinderen kunnen pas ‘bij zinnen’ komen als we hen volledig accepteren, compleet met hun nare agressieve en soms onredelijke gedrag. Want op zulke momenten weet je zeker dat ze zich ook zo voelen, want het is niet leuk om iets af te pakken, kapot te maken of te moeten slaan. Die acties komen voort uit een gevoel dat daarvoor al was ontstaan. Het gedrag kunnen we misschien niet op prijs stellen, het is wel logisch.

Als onze kinderen ergens mee worstelen hebben ze onze liefdevolle hulp het hardst nodig. Hoe vreselijk is het als je iets doet wat je helemaal niet wilt, je de woede op de hals haalt van je slachtoffer en vervolgens ook nog alle liefde van je veilige basis, je ouders verliest? Dat beangstigt en in het ergste geval beïnvloedt het de eigenwaarde en het zelfvertrouwen op de lange termijn. Wij moeten laten zien dat we hen accepteren, ook met dit onhebbelijke gedrag zo nu en dan. Hoe kunnen zij anders leren van elkaar te houden na zulk gedrag van elkaar te hebben ervaren?

Geef hen de kans het zelf te doen. Wachten is een hele belangrijke… Wees geduldig en kijk mee om te zien hoe ze het zelf kunnen oplossen. Grijp niet vroegtijdig in, want je ontneemt ze de kans om het zelf te leren oplossen. Soms lijkt een probleem in onze ogen ook veel groter dan het voor de kinderen is. Zij zetten zich ergens veel makkelijker overheen. Ze zijn niet haatdragend en maken van hun hart geen moordkuil. Ze zeggen wat gezegd moet worden en ze huilen als er verdriet is. En daarna gaat het leven verder.

Bij een groter leeftijdsverschil kan het helpen om een grondbox te hebben voor de baby of juist voor de treinbaan van de oudste. Zo creëer je soms letterlijk de grens van veiligheid en plezier omdat je kinderen elk op eigen terrein écht hun eigen gang kunnen gaan.

Maar laat hen ook worstelen en zoeken. En zelf meedenken door te vragen: “Hoe kunnen we dit oplossen?”
Kinderen kunnen meer dan je denkt!

Lees ook het artikel: 10 tips bij ruzies tussen broertjes en zusjes.

Geplaatst in Elke dag een mamadag, Gastblog en getagd met , , , , , , , , , .

3 reacties

  1. Pingback: Je kind verliezen en toch gelukkig zijn, is dat mogelijk? | Everyday Mommyday

  2. Pingback: Je kind verliezen en toch gelukkig zijn, is dat mogelijk? | Everyday Mommyday

  3. Pingback: Ontspannen eten met kleine kinderen | Everyday Mommyday

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *