Omgaan met woedeaanvallen

Boze beerWie kinderen heeft zal af en toe te maken krijgen met woedeaanvallen. Het komt vaak voor dat kinderen zo boos worden, dat ze alleen nog maar huilend, schreeuwend, trappend en om zich heen slaand op de grond kunnen liggen.
Ik vind het als moeder een van de grootste uitdagingen in opvoedland. Herkenbaar?

Iemand had het eens over de ontwikkeling van de ouderlijke geduldsspier, nou daar kan ik mij wel in vinden. Opvoeden gaat me best redelijk af, maar het is voor mij de grootste uitdaging om driftbuien te voorkomen en de grootste geduldsoefening om met uitbarstingen om te gaan.

In de afgelopen jaren heb ik al wel een beetje ervaring verzameld. Ik heb namelijk als moeder van drie kinderen en met de ervaringen als juf, al best wat driftbuien voorbij zien komen.
Graag geef ik mijn ervaringen door, zodat ook jij er misschien baat bij hebt de volgende keer dat jouw kind schreeuwend, huilend en schoppend op de grond ligt! En heb je er geen baat bij, dan weet je in ieder geval dat er meer moeders zijn die flink met dit thema stoeien.

Woedeaanvallen horen bij de ontwikkeling

We zijn allemaal wel eens boos. Boos-zijn hoort erbij en is een normale emotie. Maar soms, als die boosheid doorslaat hebben we een woedeaanval. Woedeaanvallen duren meestal niet heel lang. Kinderen kunnen heel verdrietig worden, maar kunnen ook matig tot zeer heftig agressief gedrag vertonen door om zich heen te slaan, dingen kapot ze maken of zichzelf pijn te doen.

Driftbuien horen bij de ontwikkeling van kinderen. De buien komen vooral in de leeftijd van 2 jaar tot 4 jaar veel voor, maar kan bij sommige kinderen nog een paar jaar extra duren. Sommige kinderen hebben een temperamentvoller karakter en kunnen daardoor sneller van hun stuk worden gebracht, andere kinderen zijn veel emotioneel stabieler. Niet elk kind heeft te maken met extreme of opvallend vaak voorkomende aanvallen. Van mijn 3 kinderen is slecht 1 een echt driftkopje (en dat is genoeg drift voor de hele familie).

Waarom hebben kinderen woedeaanvallen?

Kinderen die een woedeaanval krijgen, hebben vaak een probleem, iets wat tegenzit. Omdat ze nog niet goed met emoties om kunnen gaan, kan iets kleins wat niet loopt naar het idee van het kind al ontaarden in een driftbui. Een 3 jarige bijvoorbeeld kan vanuit het niets zomaar exploderen. De hersenen zijn gewoon nog onvoldoende ontwikkeld om de eigen gevoelens te kunnen begrijpen, te uiten en te controleren. Het leren omgaan met je emoties is een stuk emotionele- en cognitieve ontwikkeling en dat komt vanzelf met de tijd.

8 tips hoe je om kan gaan met woedeaanvallen.

1. Goed voorbeeld doet volgen
Hoe ga jij om met je eigen boosheid? Je kind ziet jou en zal je voorbeeld volgen.

2. Geduldig en rustig blijven
Hoe beter je je kind leert kennen, hoe beter je kan zien aankomen wanneer een driftbui begint. Probeer de angel eruit te halen door rustig te blijven en te vragen of je kan helpen.
Is de bom al gebasten, blijf rustig. Boos doen en het kind op het verstand aanspreken helpen niet. Laat het kind (zo mogelijk) uitrazen in jouw veilige omgeving.

3. Consequent zijn

Omdat je wil voorkomen dat je kind leert dat het door dit soort aanvallen krijgt wat het wil, is het belangrijk niet te toegeeflijk te zijn.

4. Verbale strijd voorkomen
Ga met kleine kinderen niet in een verbale strijd. Je verliest toch! Met een jong kind kan je nog geen compromissen sluiten of tot een verstandig overwogen oplossing komen. Soms heb je misschien geluk, maar meestal eindigt een onderhandeling in grotere woede en frustratie.

5. Afleiden
Probeer je kind af te leiden. Hoe kleiner het kind, hoe makkelijker dat nog gaat. Je kan een kind wijzen op een vogel die voorbij vliegt, of je vraagt iets over een ander onderwerp. Belangrijk is dat het probleem niet meer in de focus ligt.
Als ik thuis ben, helpt het ook vaak om even een boek te pakken en te lezen of te zingen. Dat doe ik ook regelmatig stoïcijns door een woedende bui heen. Onze jongens houden zo van zingen en lezen, dat meestal al halverwege de eerste bladzijde, iedereen tevreden naast me zit en luistert.

6. Resonantie
Als één van mijn zoons in een woedende huilbui uitbarst, dan neem ik hem vaak bij me, of ga op de grond bij hem zitten. Ik zeg dan dat ik zie dat het hem verdrietig maakt en dat hij wel even boos mag zijn en mag uithuilen. Ik probeer altijd geduldig te blijven en niet meer te praten over het voorval.

7. Zoeken naar een andere oorzaak
Kijk of er achter de driftbui een andere oorzaak verscholen gaat. Vaak kan een klein probleempje de trigger zijn van ongemak of verdriet op een ander vlak. Is een kind misschien te moe? Moet een kind toevallig heel nodig naar de wc, maar heeft het dat nog niet goed in de gate? Honger is ook een secundaire oorzaak voor ernstige woedeaanvallen.
Ook groter verdriet kan de oorzaak zijn van onverklaarbare driftbuien. Houd dus altijd je oren en ogen goed open, wellicht schreeuwt je kind om hulp.

8. Reflecteren
Bij kinderen die al wat ouder zijn kan je proberen terug te kijken naar de driftbui. Wat maakte je nou zo boos? Hoe kan ik je helpen als je zo boos bent? Als je merkt dat je boos wordt, kunnen we dan een uitweg verzinnen? 
Je kan ook de boze bui liefdevol naspelen. Zet het kind daarbij nooit te kijk, maar ontdek samen wat en nou precies gebeurde.

De supermarkt als praktijkoefening

kindje troostenDe supermarkt of een andere openbare gelegenheid zijn zeer bekende plekken, waar exploderende kinderen hun ouders in verlegenheid kunnen brengen. Het is gewoon moeilijk om zo openbaar een uitweg uit een woedebui te vinden. Ook mijn kinderen lagen wel eens brullend op de grond vanwege iets wat ze wilden hebben en niet mochten meenemen. Ook ik ben weleens met een schreeuwende en trappelende peuter onder mijn arm naar buiten gelopen, terwijl bij mij, rood aangelopen, de zweetdruppels over mijn rug parelen.

Liever ga ik even naast het kind in dramatoestand zitten. Ik zeg het rustig dat ik zie dat het teleurgesteld is, maar dat we nu boodschappen moeten doen en ik nu naar de volgende gang ga. Ik zou het gezellig vinden als hij meegaat, maar als hij nog even wil blijven liggen dan is dat ook oké. Ook in dit soort situaties probeer ik soms af te leiden door bijvoorbeeld het kind om hulp te vragen bij het dragen van de zware zak appels of het vinden van het brood.

Belangrijkste is: blijf rustig, praat rustig en koop niet opeens die reep chocolade om je kind stil te krijgen!
(En als het echt niet anders kan, koop die ene keer die reep of draag je kind al schoppend en schreeuwend uit de supermarkt. Laat je wagentje staan, lach vriendelijk naar de mensen om je heen en besluit volgende keer alleen te gaan winkelen 😉 )

De ideale tip?

Zo op papier, kan ik best aardig overweg met de woedeaanvallen van mijn kleine kleuter. Toch is het in de praktijk vaak lastiger. Mijn eigen ongeduldige karakter helpt ook niet altijd mee; ik heb na drie driftbuien soms gewoon te weinig geduld om een vierde nog pedagogisch correct op te vangen.
Voor mij dus nog wat trainingsuurtjes voor mijn geduldsspier.

Mocht jij nou nog de juiste tip hebben voor het voorkomen en het omgaan met woedeaanvallen, dan houd ik mij aanbevolen. Het reactieformulier hieronder heeft nog ruimte zat, dus kom maar door met de wondertip 😉 !

Geplaatst in Elke dag een mamadag, Opvoedvraagstukken en getagd met , , , , .

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *